Image1

Teelt en bewaring

Aardappelen worden gepoot, waarna met een grote frees grond in de ruggen over de poters wordt gebracht. We doen dit om ze later in het najaar op een praktische manier machinaal te kunnen rooien. Door de keuze uit vele rassen worden aardappelen geproduceerd met verschillende smaken en kooktypes.
Nedato telers weten dankzij het teeltplan voor welk doel de aardappelen gebruikt zullen worden en welke maatregelen zij kunnen nemen om de gewenste kwaliteit te leveren. Door het telen van vroege en late rassen kunnen we de beschikbaarheid zodanig sturen dat we tussen juli en oktober direct verse aardappelen van het land hebben. Deze worden slechts kort opgeslagen en gedroogd om ze verwerkbaar te maken. Vanaf oktober tot en met juni worden de aardappelen opgeslagen in bewaarplaatsen. Een aardappel is en blijft een levend product, ook tijdens de bewaring. Om veroudering en achteruitgang in kwaliteit zoveel mogelijk te voorkomen moeten aardappelen goed in rust blijven. Dit doen we door de bewaartemperatuur constant op zo'n 6-7 graden Celsius te houden.